De Colombo Tragedie-Juridische kanttekeningen m.b.t. het door de Zeekrijgsraad aangevoerde 'wettelijk en overtuigende bewijs'18de squadron oorlogsvliegers KNIL NEI colombo tragedie generaal spoor eric de lyon harrie harry kelder william burck onrecht oorlog australie Juridische kanttekeningen m.b.t. het door de Zeekrijgsraad aangevoerde 'wettelijk en overtuigende bewijs'http://www.colombotragedie.nl/content/2011/11/Het-ontbreken-van-het-wettelijke-en-overtuigende-bewijs<table border="0" cellspacing="0" cellpadding="0"> <tbody> <tr> <td valign="top" width="600"> <p><span style="font-size: medium;"><br />Na het 16 volle zittingsdagen durende proces tegen de 2<sup>e</sup> lt.-vlieger William Burck en de slechts 3 uur durende zitting tegen de beide sgt.-vliegers Henri Kelder en Eric de Lyon, achtte de President van de Zeekrijgsraad het onderzoek tegen de 3 piloten afgerond en kwam tot&nbsp;een uitspraak:</span></p> <ul> <li><span style="font-size: medium;">respectievelijk levenslang voor de 2<sup>e</sup> lt.-vlieger W. Burck (10/8/1943 vonnis, 10/9/1943 fiat executie door vice-Admiraal Helfrich),<br /></span></li> <li><span style="font-size: medium;">en 20 jaar voor de sgt.-vlieger H. Kelder en E. de Lyon <span style="font-size: medium;">(resp. 10/8/1943 en 24/09/1943 vonnis, 17/10/1943 en 10/10/1943 en fiat executie door vice-Admiraal Helfrich)</span><br /></span></li> </ul> <p>&nbsp;<span style="font-size: medium;">Hiermee de vordering van de Fiscaal (de doodstraf en levenslang) afwijzend.</span><span style="font-size: medium;"> In dit proces voor de Zeekrijgsraad was toen geen hoger beroep meer mogelijk.<br /><br />Het&nbsp;bewijs van 'poging tot desertie, hoogverraad en hulp aan de vijand', achtte&nbsp;de President op grond van de&nbsp;schriftelijk ondertekende verklaringen in voldoende mate aanwezig als het 'wettelijke en overtuigende geleverde bewijs',&nbsp;en liet door de griffier de verklaringen omschrijven 'als ten processe gehoord'.</span><br /><br /><span style="font-size: medium;">De visie van de raadsman van de 2<sup>e</sup> lt. W. Burck,&nbsp;Jhr. mr. S.J. van Tuyll van Serooskerken, jaren later in een interview met de auteur J.C. Bijkerk:</span></p> <p><span style="font-size: medium;"><em>&lsquo;Het viel niet mee, in een zo belangrijk proces op te treden voor een Krijgsraad, waarvan geen der leden jurist was, en hen te overtuigen van een uitgebrachte dagvaardiging, die niet door de beugel kon en de 'misdadige' plannen, die door de sergeant-majoor/monteur A.A. Scholte waren aangescherpt, om de schijn van waarschijnlijkheid en geloofwaardigheid te cre&euml;ren, te ontzenuwen als 'een gebezigde grootspraak' als gevolg van dagelijkse dronkenmanspraat, die nota bene in het openbaar plaatsvond, in aanwezigheid van Australische en Engelse officieren en manschappen. Het proces&nbsp;als een 'ernstige rechterlijke dwaling' te beschouwen en 'ontslag van rechts-vervolging' had dienen te geschieden.&rsquo;</em></span></p> <p><span style="font-size: medium;">De raadsman van de sgt.-vlieger E. de Lyon, de Officier van Administratie 2<sup>e</sup> klasse B.J. Asbeek Brusse, stelde zelfs: <em>&lsquo;dat de sgt.-majoor/monteur A.A. Scholte schuldig diende te worden bevonden aan provocatie, en dat de Majoor Spoor op een hoogst onsmakelijke wijze het gehele proces heeft willen versnellen, en dat beiden&nbsp;als 'de uitlokkers' kunnen worden beschouwd.&rsquo;</em></span></p> <p><span style="font-size: medium;">En de raadsman van de&nbsp;sgt.-vlieger H. Kelder, de Reserve-Officier van Administratie 2<sup>e</sup> klasse&nbsp;KM. S.D.D.J. Gouda, noemde&nbsp;de&nbsp;sgt.-majoor/monteur A. Scholte:&nbsp;&lsquo;het Judas element&rsquo;.</span></p> <p><span style="font-size: medium;">Alhoewel&nbsp;in de documentatie van J.C. Bijkerk genaamd 'De Colombo Tragedie' uitvoerig de procesgang werd beschreven (blz. 113-130) alsmede op de website colombotragedie.nl onder rubriek &lsquo;de procesvoering&rsquo; bij &lsquo;<a href="/content/2011/10/Proces-contra-2de-luitenant-vlieger-WJ-Burck">Proces contra de 2<sup>e</sup> luitenant-vlieger W.J. Burck</a>&rsquo;, zijn wij van mening, voor de duidelijkheid en beeldvorming van het destijdse proces, in deze rubriek het ook volgens ons&nbsp;op diverse gronden ontbreken van het 'wettelijk en overtuigend&nbsp;geleverde bewijs'&nbsp;in resum&eacute; op te sommen.</span></p> <p><span style="font-size: medium;"><br /><strong>(a)&nbsp;Het vooronderzoek</strong></span></p> <p><span style="font-size: medium;">*&nbsp;Het zonder instemming van de auditeur-militair van de KNIL-Krijgsraad in Melbourne (er was toen nog geen sprake van het instellen van een Zeekrijgsraad) zelf een onderzoek verrichten in het priv&eacute;-etablissement van de 2<sup>e</sup> lt.-vlieger W. Burck en&nbsp;het onder zich nemen van bescheiden en die vervolgens aan te merken als 'bewijsstukken'.</span></p> <p><span style="font-size: medium;">Om een toegang mogelijk te maken en zich van de afwezigheid van Burck te overtuigen, hem in een drukkende psychische toestand, een vliegopdracht naar Melbourne te geven.</span></p> <ul> <li><span style="font-size: medium;">Zonder&nbsp;zich te hebben overtuigd van enige bekwaamheid c.q. expertise, de&nbsp;sgt.-majoor/monteur A.A. Scholte (agent-informant provocateur)&nbsp;een vrije opdracht geven tot in te dringen in de persoonsprivacy van de&nbsp;3&nbsp;squadron-piloten en&nbsp;hem de belofte te doen, in het welslagen van zijn opdracht (provocatie) na de oorlog een goede baan op het Ministerie van Oorlog in het vooruitzicht te stellen. </span><br /><span style="font-size: medium;">Hiermede&nbsp;de grenzen van ethiek en beroepseer van een Officier ten opzichte van een mindere schendend en het tot een strafbare gedraging (ambtsmisdrijf) maken (het doen van een belofte voor een dienstverlening).</span> </li> </ul> <ul> <li><span style="font-size: medium;">Het zelf een&nbsp;afluister-methotiek bedenken (een gat in de muur boren) om zo gesprekken tussen de sgt.-majoor/monteur A.A. Scholte en de&nbsp;3&nbsp;piloten op te vangen, en wel op de&nbsp;door&nbsp;Scholte aangestuurde momenten, als hij 'een escape' ter sprake bracht en onder drankaanvoer enthousiasmeerde.</span></li> </ul> <ul> <li><span style="font-size: medium;">Na de arrestatie&nbsp;van de&nbsp;3&nbsp;squadron-piloten op het politiebureau in Melbourne, onder misleiding een door hem op schrift gestelde verklaring&nbsp;doen ondertekenen. Een verklaring die ten processe als een bekentenis zou gelden.</span></li> </ul> <ul> <li><span style="font-size: medium;">Het&nbsp;afwijzen van elke vorm van Rechtsbijstand tot enkele weken voorafgaand aan het proces op Colombo.&nbsp;</span></li> </ul> <p>&nbsp;<span style="font-size: medium;"> <br /><strong>(b)&nbsp;Het proces</strong></span></p> <p>&nbsp;<span style="font-size: medium;">Hieraan werd o.i. zoals wij uit de (proces copie-stukken (archief dossiers) herleidden, geen regie zitting aan voorafgegaan. Was er o.i. ook geen sprake was van eventuele accuut dreigende 'oorlogsomstandigheden' op Ceylon, die dit zouden verhinderen.</span></p> <p><span style="font-size: medium;">Dit menen wij te mogen baseren op de duur van de zitting (16 dagen en 3 uur !) en de direct al vertraging (uitstel) op de 1e zittingsdag (direct na de opening). Dit gebeurde op verzoek van de raadsman van de 2e Luitenant-vlieger William Burck (mr. Jhr. Baron S.J. van Tuyll Serooskerken) die zich bezwaarde over ter zitting door de Fiscaal voorlezen dagvaardiging relaterende de strafbare feiten</span></p> <p><span style="font-size: medium;">De dagvaardiging bestond nl. uit een aanschakeling van wetsartikelen, gekoppeld aan 'eigen' teksten. De President van de Zeekrijgsraad stemde met dit verzoek in, hetgeen direct al een vertraging van dit zo beladen proces zou betekenen.</span></p> <p><span style="font-size: medium;">Geen verhoor in persoon en confrontatie ter zitting van:</span></p> <ul> <li><span style="font-size: medium;">Majoor S.H. Spoor;</span></li> <li><span style="font-size: medium;">Opper Officieren van het Stafbureau (Hoofdkwartier) in Melbourne (Nederlandse Legerleiding);</span></li> <li><span style="font-size: medium;">Getuigen-deskundigen;</span></li> <li><span style="font-size: medium;">Majoor B.J. Fiedeldij,&nbsp;Commandant van de&nbsp;vliegbasis Acherfield (18<sup>e</sup> Sqn.);</span></li> <li><span style="font-size: medium;">Officieren en diverse manschappen van die basis ;</span></li> <li><span style="font-size: medium;">De Officier van Gezondheid (terzake&nbsp;nalaten van periodieke keuringen en de medisch/psychische toestand van de piloten);</span></li> <li><span style="font-size: medium;">De 'informant', de sgt.-majoor/monteur A.A. Scholte.</span></li> </ul> <p><span style="font-size: medium;">Het doen aanmerken van 'dronkenmanspraat'&nbsp;als&nbsp;het bewijs, dat er daadwerkelijk een plan zou zijn.</span></p> <p><span style="font-size: medium;">Alhoewel geen onderdeel&nbsp;van het proces, maar in aanloop daarvan, mag naar onze mening&nbsp;het ook tot de verantwoordelijkheid van de Zeekrijgsraad worden gerekend:</span></p> <ul> <li><span style="font-size: medium;">Het in ernstige mate overschrijden van de 'gedragscode' voor de onder militair arrest gestelde 2e Luitenant-vlieger William Burck door hem ten faveure van een party van autoriteiten en civiele genodigden uit Colombo aan boord van de 'Plancius' te laten optreden als trompettist. Dit terwijl de Fiscaal, zoals uit de copie processtukken zou blijken, hem ten processe als 'Staatsgevaarlijk' zou kwalificeren en mede op die gronden de doodstraf zou vorderen. De toen reeds vaststaande 'overtuiging' van de Fiscaal resulteerde niet in een 'verzet en ingrijpen' tegen dit optreden.</span></li> <li><span style="font-size: medium;">Het enkele weken voor het proces de toegewezen raadsman uit te nodigen op het Stafbureau in Colombo om in geval van een executie de wijze waarop dit zou worden uitgevoerd te bespreken met deze raadsman. Deze weigerde pertinent hierop in te gaan.</span></li> </ul> <p><span style="font-size: medium;">In deze&nbsp;beschouwing,&nbsp;willen wij&nbsp;de visie van de auteur,&nbsp;de lt.kol. KLU b.d. O.G. Ward zoals hij die stelde in zijn standaardwerk&nbsp;de 'Militaire Luchtvaart van het KNIL in de jaren 1942-1945 onderschrijven.</span></p> <p><span style="font-size: medium;"><em>Gelet op de diepe misstanden (gedragingen)&nbsp;in de beginfase van de oprichting van het 18<sup>e</sup> Squadron NEI op de basis Acherfield (Canberra-Australi&euml;) kan gesteld&nbsp;worden,&nbsp;dat&nbsp;door de directe&nbsp;leiding en die aangestuurd uit het hoofdkwartier in Melbourne,&nbsp;tijdig&nbsp;een disciplinair optreden&nbsp;binnen het squadron in a l l e rangen tot het zo noodzakelijk 'law en order' had kunnen leiden.</em></span></p> <p><span style="font-size: medium;">Het hierin nadrukkelijk verzaken, moet dan ook gezien worden als een oorzakelijk verband met&nbsp;de gevolgen (een aaneenschakeling van incidenten, zoals door de auteur O.G. Ward uitvoerig beschreven).</span></p> <p><span style="font-size: medium;">Zie ook de <a href="/_files/1951-02-13%20Steunbetuiging%20%2018-squadron%20voor%20rehabilitatie%20E%20de%20Lyon.pdf">schriftelijk ondertekende verklaring van de commandant, de officieren en manschappen van het voormalige18<sup>de</sup> Sqn. (NEI)</a> waarin een algehele rehabilitatie werd verzocht.</span></p> <p>&nbsp;</p> </td> <td valign="top" width="50"> <p>&nbsp;</p> </td> </tr> </tbody> </table></br></br></br></br></br></br></br></br>